Niet zolang er bij de landbouw vooral gekeken wordt naar rekenmodellen en door de politiek gekozen natuurmodellen. En al helemaal niet wanneer de groei van industrie, datacenters en digitalisering als vanzelfsprekend door kan blijven gaan.
Gezond beleid begint als je het mij vraagt bij de samenhang in het geheel. Het is immers niet óf we kijken hiernaar óf daarnaar; het gaat om de balans tussen samenleving, economie en natuur.

Het klimaat- en stikstofdebat schuurt bij me, omdat veel in mijn oren niet anders is dan krom. De koe is bijna het symbool geworden van alles wat minder moet. Boeren moeten inkrimpen, verplaatsen of zelfs stoppen. Tegelijkertijd blijven we meer energie gebruiken, meer spullen produceren en steeds grotere hoeveelheden data verwerken.

Daar klopt voor mij iets niet en ik blijf het bijzonder vinden dat zowel veel politieke partijen als hele groepen mensen zich alleen maar tegen de boeren lijken te keren, zonder te kijken naar het grote plaatje. Want juist in dat grote plaatje zijn de boeren letterlijk van levensbelang.

Voedsel is een eerste levensbehoefte. De landbouw draagt onze voedselvoorziening, een groot deel van onze economie en een complete keten aan kennis en vakmanschap. Hoe kan een sector die aan de basis van ons bestaan staat dan zo gemakkelijk ondergeschikt raken aan modellen, regels en natuurdoelen die door mensen zijn gekozen?

 

Hoe betrouwbaar zijn de cijfers in het stikstofdebat?

Cijfers krijgen volgens mij betekenis door de vragen die eraan voorafgaan, de aannames in een model en de belangen rond een onderzoek.

Onderzoek begint immers altijd met keuzes. Wat wordt onderzocht? Wat blijft buiten beeld? Welke gegevens worden gemeten en welke uitkomsten worden berekend? Wie geeft de opdracht en welke beleidsvraag moet ermee worden beantwoord?

Juist bij stikstof zijn modellen bepalend geworden voor vergunningen, bedrijfsvoering en de toekomst van boerengezinnen. En juist omdat het zoveel gevolgen heeft, zijn vragen zo belangrijk. Want hoe nauwkeurig kan depositie op een specifieke plek eigenlijk worden berekend? Welke onzekerheidsmarges zijn er? En komt wat er wordt berekend ook overeen met wat er werkelijk gebeurt?

Ook financiering en politiek kunnen richting geven aan de vragen die onderzocht worden. Dat maakt kritisch doorvragen dus juist ook noodzakelijk. Wie profiteert van een bepaalde uitkomst? Welke oplossing lag misschien al op tafel voordat het onderzoek begon? En hoeveel ruimte blijft er over voor kennis uit de praktijk en herberekening als de modellen op een gegeven moment al jaren op tafel liggen?

Waarom wordt de boer de zondebok in het klimaatdebat?

We leven in een wereld van enorme groei. Waar onze opa’s en oma’s nog met paard en wagen werkten en de komst van de auto meemaakten, worden onze kinderen groot in het tijdperk van stekkers, snoertjes en zelfs de cloud. Het is bizar wat er in een eeuw is veranderd.
De groei is overigens niet alleen in techniek: wereldwijd kwamen er ook miljarden mensen bij. Fabrieken, auto’s, vliegtuigen, apparaten en energiegebruik groeiden explosief. Nu komt de digitale wereld erbovenop. Vrijwel ieder onderdeel van ons dagelijks leven vraagt inmiddels elektriciteit, grondstoffen en infrastructuur.

De landbouw groeide mee met de bevolking, want mensen moeten eten. Toch wordt juist de koe nu vaak neergezet als een van de grote oorzaken van klimaatverandering. Is dat een logische conclusie wanneer we de volledige ontwikkeling van onze samenleving bekijken? Is die veestapel in verhouding net zo hard gegroeid als alle technische hoogstandjes die we tegenwoordig gebruiken en nodig denken te hebben?
En komt de boer ook juist niet in het nauw door alle bizarre regels rondom het klimaat? Dierlijke mest moet op sommige bedrijven als overschot worden afgevoerd, terwijl elders kunstmest wordt aangevoerd om gewassen te laten groeien. Hoe logisch is het om een natuurlijke kringloop op deze manier te doorbreken? En wat zijn dáár de gevolgen van voor het klimaat?

En hoe kan het dat de boer moet vechten voor zijn bestaan, terwijl groei in andere sectoren gewoon vooruitgang heet? De productie op de boerderijen komt onze voedselvoorziening ten goede. Is dat uiteindelijk niet waardevoller dan heel veel ander energiegebruik, onze consumptie en de digitale honger?

 

Wat is de impact van datacenters op Nederland?

Kijk bijvoorbeeld naar de datacenters. Die leggen een groeiend beslag op elektriciteit en het energienet. Daarnaast vragen ze ruimte, grondstoffen en, afhankelijk van de manier van koelen, water. Toch krijgt die groei in het publieke debat veel minder weerstand dan de aanwezigheid van koeien en boerenbedrijven.

Volgens het CBS gebruikten Nederlandse datacenters in 2024 samen 4,6 procent van alle elektriciteit in Nederland. Dat is vergelijkbaar met het stroomverbruik van bijna twee miljoen woningen. Achter onze cloud, streamingdiensten en AI staat dus een enorme fysieke infrastructuur.

En vanuit logisch boerenverstand weegt een koe voor mij anders dan zo’n serverhal. Een koe eet gras, levert voedsel en maakt deel uit van een kringloop waarin mest opnieuw waarde kan hebben voor de bodem. Een datacenter vraagt dag en nacht stroom, koeling, water, gebouwen, servers en grondstoffen. Bovendien ontstaat er elektronisch afval, terwijl voor nieuwe apparatuur opnieuw grondstoffen nodig zijn. De ene draagt dus direct bij aan onze eerste levensbehoefte. De andere ondersteunt vooral de digitale wereld die wij (gedwongen) normaal moeten vinden.

En ja, ik gebruik AI regelmatig zelf en zie hoeveel gemak het mij kan brengen. Maar welke prijs vinden we tegenwoordig nog aanvaardbaar voor ons digitale gemak? En wie bepaalt waar de grens ligt?

Waarom wordt een koe tot belasting verklaard, terwijl een energieslurpende serverhal als noodzakelijke vooruitgang wordt ontvangen? Omdat die serverhallen verder van ons dagelijkse beeld af staan? Of omdat digitale groei geld en macht oplevert? Worden we zo klaargestoomd voor alle digitale controlesystemen (denk bijvoorbeeld aan de ID-check van de bank) of digitaal geproduceerde voeding?

 

Is Natura 2000  echte natuur?

En kijken we nog even verder, waar draait het dan eigenlijk allemaal om? De natuur in de Natura 2000-gebieden. Die natuur moet en zal beschermd worden, maar waarom eigenlijk? Veel beschermde heide is immers een door mensen ontstaan cultuurlandschap. Een landschap dus dat VAN NATURE geen heide was en dat zonder maaien, begrazen, plaggen en het verwijderen van bomen, dus menselijk ingrijpen (= NIET NATUURLIJK) zich gewoon weer ontwikkelt richting bos.

Daar zit voor mij dan ook de tegenstelling. We spreken over natuurherstel, maar houden natuurlijke ontwikkeling tegen zodra bomen en struiken terugkomen. Eh, hoe herstellen en beschermen we dan de natuur?

En natuurlijk, ik hoor mensen al zeggen: ja, maar veel bijzondere diersoorten…  Tuurlijk, maar hoe wegen we het voortbestaan van soorten die afhankelijk zijn van heide af tegen de toekomst van boerengezinnen, voedselproductie en dorpsgemeenschappen? En wie heeft eigenlijk bepaald dat heide op die plek voor altijd heide moet blijven? Waarom telt het gekozen NIET-NATUURLIJKE natuurdoel juridisch zwaarder dan de samenleving die eromheen leeft? Is het juíst niet de gang van de natuur dat diersoorten zich bij verandering aanpassen en ja, soms ook verdwijnen?

Wat zou er gebeuren als we natuurlijke verbossing weer op meer plaatsen toelaten? Is dat achteruitgang, of is het de opbouw van een landschap dat ten gevolge van verschraling is ontstaan? Biedt dat juist ook geen thuis aan diersoorten die het ook niet heel gemakkelijk hebben door de ontwikkeling van bebouwing en industrie? Denk daarbij bijvoorbeeld aan de eekhoorn, vleermuizen en bosvogels (boomklever, appelvink en specht). Kortom: waar ligt de grens? Bovendien weten we inmiddels toch allemaal wat bomen doen? Ze worden niet voor niets de longen van de aarde genoemd: ze nemen CO₂ op, zorgen voor verkoeling en houden water vast.

En om het maar even recht voor zijn raap te zeggen: ik vind het erger dat het relatieve risico op zelfdoding in de agrarische sector een van de hoogste van alle sectoren is dan dat de kleine heivlinder met uitsterven wordt bedreigd.

Koeien, bos en Natura 2000-heide met datacenters op de achtergrond.

Wat gebeurt er als Nederlandse boeren verdwijnen?

Als de boeren verdwijnen, heeft dat grote gevolgen voor de hele economie in Nederland. Nu importeren én exporteren we voedsel en grondstoffen. Wordt er bij alle maatregelen voldoende gekeken naar wat de gevolgen zijn als de export stopt? Voedselzekerheid betekent bovendien dat een land voldoende kennis, grond, mensen en infrastructuur houdt om in de eigen basis te kunnen voorzien wanneer omstandigheden veranderen. En dát omstandigheden kunnen veranderen, is tegenwoordig wel duidelijk toch? Met oorlogen dichterbij dan ooit…

Wat als we qua voeding afhankelijk worden van andere landen? En welke gevolgen heeft dat voor de handel als wij geen exportproducten meer kunnen leveren? En hoeveel zicht is er eigenlijk op voedselveiligheid in andere landen?
Als de economie ontwricht raakt en voedselzekerheid op het spel komt te staan, wat zijn dan de gevolgen van het beschermen van een zeldzame vlinder of een zandhagedis? En gaan we straks sluizen en dammen ook weer openzetten om bijvoorbeeld de aantallen steur en zalm weer te verhogen in onze rivieren? Het land maar gewoon onder laten lopen dan? En de mensen die natte voeten krijgen maar laten verhuizen? Of gaan we na de boeren de steden inkrimpen om andere zeldzaam geworden dieren een kans te geven?

Tja, ik dwaal af… dus terug naar de boerderij…
Een boerderij staat nooit op zichzelf. Daaromheen werken loonwerkers, transporteurs, machinebouwers, dierenartsen, adviseurs, verwerkers en talloze andere vakmensen. Als boeren verdwijnen, verdwijnt stap voor stap ook het netwerk dat voedselproductie mogelijk maakt.

Kunnen we die kennis later eenvoudig terughalen? Als de boeren door de maatregelen gedwongen worden te stoppen, heeft dat tot gevolg dat er duizenden mensen werkeloos raken. Is dat vooruitgang?

 

Waarom moet beleid naar de hele samenleving kijken?

Omdat landbouw, natuur, energie, digitalisering en economie dezelfde ruimte, hetzelfde water, hetzelfde energienet en dezelfde samenleving delen. Je kunt wel gaan voor winst op papier binnen één dossier, maar dat kan in het grote geheel alsnog een enorm verlies veroorzaken.

Dat is voor mij de blinde vlek in het huidige debat. De politiek knipt de werkelijkheid op in dossiers. Voor ieder dossier komen doelen, modellen, budgetten en regels. De samenleving krijgt uiteindelijk alle gevolgen tegelijk.
Het is een beetje zoals in de huidige geneeskunde: elke arts oefent zijn vakgebied uit, vaak zonder te kijken naar effecten op andere organen in het lichaam. Maar waar iets functioneert als één geheel kun je niet zeggen: we pakken alleen dit deeltje aan.

Een boer die stopt raakt aan voedsel, werkgelegenheid, landschap, kennis en leefbaarheid van een complete maatschappij. Een datacenter raakt aan ruimte, stroom, water, infrastructuur en onze afhankelijkheid van grote technologiebedrijven. Een keuze voor heide in plaats van bos raakt aan natuurbeheer, grondgebruik en de ruimte die overblijft voor mensen die daar wonen en werken.

Wat is een verleende vergunning nog waard?

Ook rechtszekerheid hoort bij die samenhang. Boeren hebben vaak volgens de geldende regels gewerkt en grote investeringen gedaan op basis van vergunningen die door de overheid zijn verleend. Als regels of de uitleg daarvan later veranderen, kunnen diezelfde vergunningen opnieuw ter discussie komen te staan of zelfs worden ingetrokken. De kosten en leningen van eerdere investeringen lopen ondertussen gewoon door. Hoe kun je van boeren verwachten dat zij blijven veranderen en investeren als zij er niet op kunnen vertrouwen dat de overheid hun voldoende zekerheid biedt?
En waarom zijn de gevolgen voor boeren in deze gevallen zo ingrijpend, terwijl Schiphol zonder geldige natuurvergunning kan blijven vliegen, Tata Steel ondanks herhaalde overschrijdingen van milieunormen kan blijven produceren en er ondertussen wel ruimte wordt gezocht voor nieuwe datacenters?

Tegelijkertijd lopen boeren die juist willen innoveren opnieuw vast: in augustus 2026 vernietigde de rechtbank de al verleende vergunningen voor achttien monomestvergisters, omdat de gevolgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden volgens de rechter onvoldoende waren onderzocht. Hoe kun je het als boer ooit goed doen op deze manier?

Waar zijn we eigenlijk mee bezig als ieder ministerie, onderzoeksinstituut en beleidsprogramma vooral (of alleen) naar het eigen doel kijkt. Wat heeft een samenleving aan natuurbeleid als dat boeren laat verdwijnen? Wat heeft een economie aan digitale groei wanneer het energienet vastloopt? En wat betekent onafhankelijkheid nog wanneer we onze voedselproductie afbouwen en onze digitale infrastructuur steeds meer in handen leggen van enkele grote bedrijven?

 

Mijn conclusie

En zo komen we denk ik bij het onderliggende probleem: de balans in het grote geheel is zoek. Boeren worden gedwongen hun bestaansrecht te zoeken binnen een systeem van berekeningen en gekozen natuurdoelen. Tegelijk krijgen industrie, datacenters en digitale groei haast onbeperkte ruimte om door te gaan.

Beleid hoort te beginnen bij de vraag wat een land nodig heeft om gezond, zelfstandig en toekomstbestendig te blijven. Voedsel, natuur, energie, werk en technologie horen daarbij in één verhaal. En zodra één doel alle andere belangen overheerst, begint de afbraak van het geheel.

Ik kies daarom zonder twijfel voor het behoud van onze boeren, onze voedselkennis en onze mogelijkheid om zelf voedsel te blijven produceren. Ik kies voor levende natuur die mag bewegen én veranderen. En ik kies voor technologie zolang we blijven (of eigenlijk gaan) kijken naar de prijs die zij vraagt én de positie en daarmee macht die ze inneemt.

Dat ik voor de boeren kies, betekent overigens niet dat ik vind dat alles binnen het huidige landbouwsysteem moet blijven zoals het is. Ook daar mogen we eerlijk kijken naar wat anders of beter kan. Maar veranderingen moeten wel reëel en haalbaar zijn en boeren de tijd, ruimte en zekerheid geven om daarin mee te kunnen bewegen.

Kortom, ik vind het niet zo ingewikkeld om in te zien dat we op een verkeerde koers zitten met het huidige politieke beleid. Ik ben dan ook blij dat de boeren opstaan en actie willen voeren. Al leggen ze álles plat, mijn zegen hebben ze. Want liever alles tijdelijk plat om het tij te keren, dan alles plat zonder weg terug…

Johanna Koopman, schrijver en onafhankelijk distributeur Kangen Water en emGuarde

Over de auteur

Johanna Koopman is schrijver en zelfstandig ondernemer. Zij schrijft vanuit haar eigen ervaringen over dankbaarheid, persoonlijke ontwikkeling, mindset, (moes)tuinieren, water, leefomgeving en veranderingen in de maatschappij. Daarnaast is zij onafhankelijk Enagic®-distributeur en begeleidt zij mensen wereldwijd bij vragen over onder andere Kangen Water® en emGuarde.
Lees meer over Johanna